Log Nes ziet spoken
Midden in de nacht schrik ik wakker. Er wordt heel zachtjes op de deur geklopt. De balkondeur wel te verstaan. Op 4 hoog. Tenzij Spiderman voor mijn deur staat kan niemand daar komen. Ik trek één wenkbrauw in verbazing op. Ik ben niet bang uitgevallen, maar het is toch minstens vreemd te noemen wat hier gebeurd.
Ik knip een lampje aan en moet even wennen aan het zachte licht dat ineens de donkere kamer binnen dringt. De poezen kijken me ook met grote knipperende ogen verbaasd aan vanaf hun plekje bij het voeteneind waar ze in elkaar gekruld liggen te slapen. Weer zachtjes kloppen op de deur. Vier kleine klopjes met kleine tussenpozen. Ik sla het dekbed open en haal even diep adem. Mijn hartslag ligt niet op het gebruikelijke nachtritme. Ik stap uit bed, en loop naar de balkondeur die in de slaapkamer zit.
Voorzichtig schuif ik het gordijn opzij en kijk naar buiten. Niets te zien. En dan weer het zachte kloppen, alleen zie ik nu waar het vandaan komt. De schommelstoel op het balkon staat dicht tegen de deur aan, en ‘klopt’ in de wind al schommelend tegen de deur. Ik merk toch dat ik een kleine zucht van opluchting laat, en ga even naar buiten om de stoel wat verder van de deur af te schuiven.
Binnen twee minuten droom ik verder. Mijn incasseringsvermogen ligt blijkbaar heel hoog ’s nachts.
